Een dag bij mijn moeder. Een dag die niet alleen draait om samen zijn, maar ook om regelen, opruimen en overzicht creëren.

Mijn moeder is de laatste tijd erg kwetsbaar en snel van haar stuk. En dat is heel begrijpelijk: ze heeft dementie en haar man is nog maar kort geleden overleden. De zorg vertelt me dat ze meerdere keren per dag vraagt waar Kees is. Ergens weet ze wel dat hij er niet meer is, maar ze vergeet dat steeds opnieuw.

De vraag naar Kees komt al snel. En blijft komen. Tussendoor schuifelt ze met briefjes, doosjes en andere spulletjes naar me toe zonder te weten waarom. En telkens is daar dat verdriet, die ontreddering. Even lijkt het weer goed te gaan en dan is er ineens opnieuw de vraag naar Kees. Van de post doornemen en het opruimen komt ondertussen weinig terecht.

Een ritme dat rust geeft

Ik besluit haar een taakje te geven en vraag haar visitekaartjes uit een map te halen. Een eenvoudig klusje. Ze gaat ermee aan de slag. Kaartje voor kaartje. Overzichtelijk en repetitief: lezen, doormidden scheuren en in de oud-papiermand gooien. De harde kunststof exemplaren legt ze apart.

Het lijkt bijna te simpel om betekenisvol te zijn. Maar terwijl ze bezig is, zie ik haar rustiger worden. Haar aandacht verschuift. Ze heeft iets te doen, iets wat overzichtelijk is én lukt. Het helpt haar om weer wat tot rust te komen.

En terwijl zij met de kaartjes bezig is, doe ik wat er voor mij ligt.

Ik neem post door. Brieven van verschillende instanties. Ik probeer overzicht te krijgen, te bepalen wat belangrijk is en wat kan wachten. Ondertussen ruim ik de kleding van mijn vader op en reorganiseer ik die van mijn moeder. Dat geeft haar meer overzicht, want de zichtbaarheid van de kleding van mijn vader zorgt voor verwarring. Zo had ze de afgelopen tijd een paar maal per ongeluk iets van hem aangetrokken. Dat is op zichzelf niet erg. Het laat vooral zien hoe lastig het voor haar is om te overzien wat er veranderd is en wat van wie is.

Terwijl ik voor haar probeer te zorgen en haar help om weer wat rust te vinden, merk ik dat ik zelf ook voortdurend aan het schakelen ben. Ik vang haar verdriet op, probeer haar gerust te stellen en houd ondertussen allerlei praktische zaken bij. Dat vraagt veel van me. Juist daarom is het belangrijk dat ik niet alleen kijk naar wat mijn moeder nodig heeft, maar ook opmerk wat er in mij gebeurt.

Want zorgen voor haar betekent niet dat ik mezelf moet vergeten. Soms begint mijn eigen zelfzorg heel klein: door te herkennen dat ik gespannen ben, door even adem te halen of door iets te doen waardoor ook ik weer wat houvast ervaar.

Samen zingen

’s Middags is er een pianoconcert in de serre van de zorgvilla. Nederlandse liedjes. Wim Sonneveld, Corry Brokken, Paul van Vliet, Ramses Shaffy.

Ik zoek de songteksten steeds even op mijn telefoon, zodat we mee kunnen zingen. Het lezen op zo’n klein scherm gaat mijn moeder nog heel goed af. De ene keer zijn de teksten vooral behulpzaam voor haar, maar de andere keer juist voor mij. Bij de oudste liedjes zingt zij namelijk moeiteloos uit haar hoofd mee.

We zingen samen. En ik realiseer me: dit is niet alleen goed voor mijn moeder, het is ook goed voor mij.

Zingen, muziek, ritme. Samen ergens helemaal in opgaan. Even niet bezig zijn met post, kleding, wat er allemaal geregeld moet worden of met de vraag die straks waarschijnlijk opnieuw komt: waar is Kees?

Bij Laat me van Ramses Shaffy, een van de liedjes tijdens de uitvaart van mijn vader, schiet ik vol. Mijn moeder niet. Aan de uitvaart heeft zij geen herinneringen.

Ritme als houvast

Psychiater en traumadeskundige Bessel van der Kolk schrijft veel over de rol van het lichaam bij ingrijpende ervaringen. Hij beschrijft hoe mensen in verschillende culturen na moeilijke gebeurtenissen samen zingen, dansen en ritme zoeken. Ritme geeft houvast. Je weet wat er gaat gebeuren. Je lichaam kan zich daaraan overgeven.

Ik herken dat. Niet alleen bij mijn moeder, maar ook bij mezelf.

Ook tijdens het recente jaarlijkse feestje in de zorgvilla, wanneer we samen dansen. Mijn moeder geniet van de muziek, van de gezelligheid en van het samenzijn met mijn zonen en mij. En even is er niet die vraag: “waar is Kees?”

We bewegen, zingen en zijn samen. En ook dat is zelfzorg. Niet alleen zorgen dat ik op tijd naar huis ga, mijn grenzen bewaak of af en toe iets voor mezelf doe. Maar ook voelen wat mij helpt om te zakken. Om uit mijn hoofd en terug in mijn lijf te komen. Om verbinding te ervaren, met mijn moeder én met mezelf.

Zelfzorg zit soms niet in afstand nemen. Soms zit het in een map met visitekaartjes, in een liedje dat je samen zingt, in een dansje in de serre. In samen even op adem komen.

💚 Zorgen voor je ouder, zorgen voor jezelf

Zelfzorg kan verrassend dicht bij de ander beginnen. Door te ontdekken wat jou en je ouder helpt om rust te vinden wanneer verdriet, verwarring of spanning de overhand krijgen. En door te merken dat wat je doet voor de ander, jouzelf soms eveneens helpt om te zakken en ruimte te ervaren.

Bij Levenswandel is er ruimte om samen te onderzoeken wat jij nodig hebt en wat jou helpt om in verbinding met je ouder én met jezelf te blijven. Want zorgen voor een ander en zorgen voor jezelf hoeven niet altijd tegenover elkaar te staan.

Blijf op de hoogte van nieuwe blogs

Ontvang een bericht wanneer er een nieuw blog verschijnt.