Een dag bij mijn ouders.
Ik kom aan na lunchtijd. Ze zijn blij verrast me te zien — en dat ontroert mij dan weer. De middag begint, zoals vaak, met wat praktische zaken: opruimen, rekeningen doornemen, en op zoek naar de ID-kaart van mijn vader, nodig voor een ziekenhuisbezoek.
Het is bloedheet in het appartement.
Mijn moeder helpt ijverig mee, maar vergeet binnen een minuut wát ze eigenlijk zoekt.
Terwijl ze zich door stapels pasjes, briefjes, knipsels, foto’s en kaarten heen werkt, verdwijnt de tafel langzaam onder een geschiedenis van papier.
Mijn vader, voormalig officier, houdt de regie strak in handen. Vanuit zijn rolstoel, gebiedend:
“Daar, in de la. Nee, niet díe la. De andere!” Zijn stem is nog kordaat, maar het gezag brokkelt af.
Hij wijst, zij glimlacht: “als ik het heb gevonden, zeg ik het lekker niet!”
Een klein moment van revanche, met humor als wapen.
De ID-kaart duikt uiteindelijk op in zijn broekzak. Hij schudt zijn hoofd, licht verontwaardigd:
“Dat zou ik heus wel weten.”

De hitte zakt langzaam, de middag ook.
De tekenspullen die ik had meegenomen om samen met mijn moeder te tekenen, blijven onaangeroerd in mijn tas. In plaats daarvan lopen we naar het terras om de hoek. We drinken iets, praten wat, zwijgen wat.
En hebben het goed.
💚 Voor wie zorgt
Zorgen voor iemand die je lief is, vraagt soms meer dan je wilt toegeven.
Het vraagt om meebewegen, humor en zachtheid, ook voor jezelf.
Misschien lukt het niet altijd om te doen wat je van plan was.
Misschien is er zijn al genoeg.
🌿 Voor wie zorgt, en soms vergeet zichzelf daarin mee te nemen: je doet het goed. Echt. Als je wil, loop ik een stukje met je mee.